Democratie past niet in achterkamertjes

Op de opiniepagina van Trouw verscheen vandaag (24 juni) een bijdrage van mijn hand over de herziening van het belastingstelsel. Een pleidooi om een open debat te voeren en burgers erbij te betrekken. Klik hier voor de complete pagina experiment met democratie

Omdat de krantenpagina misschien minder prettig leest, hieronder de tekst:

Laat burger mee praten over belasting

Kabinet en coalitiepartijen zijn eruit. Een selectie uit de oppositie mag meepraten als ze maar niet al te kritisch zijn. Halbe Zijlstra meldt dat de ervaring leert dat een openbaar debat niet bijdraagt aan een oplossing. En openbaar lijkt dan alleen betrekking te hebben op een debat in de Tweede Kamer.
De ervaring leert vooral dat bij grote wijzigingen achteraf reparatiewetgeving nodig is om de onbedoelde effecten weer te corrigeren. Het kabinet zou ook kunnen profiteren van de wijsheid en ervaring die in de samenleving aanwezig is.

Een gedachte-experiment:

Stel dat we een G1000 organiseren zoals dat in België is geïnitieerd door David van Reybrouck; een initiatief dat in een aantal gemeenten in Nederland navolging heeft gekregen.
Persoonlijk was ik aanwezig bij de G1000 in Amersfoort. Een dag na de gemeenteraadsverkiezing mochten burgers – uitgenodigd op basis van loting – in gesprek over de agenda van de gemeenteraad voor de komende periode. Naast de burgers – die de meerderheid vormden – waren politici, ambtenaren en kunstenaars uitgenodigd.

Voor een landelijke G1000 zou je ook kunnen denken aan tienmaal een G100 verspreid over het land. We zijn gewend dat burgers geen andere stem hebben dan een vakje rood kleuren in het stemhokje. Het grote voordeel van loting is dat burgers nu echt stem krijgen. Aanvullend zouden economen, werkgevers, fiscalisten, filosofen etc. op basis van hun deskundigheid kunnen worden uitgenodigd.

De deelnemers beoordelen de voorstellen die er liggen. Wat zijn de onderliggende uitgangspunten? Bekend is al dat arbeid minder belast wordt en dat het stelsel eenvoudiger wordt. Welke uitgangspunten worden er verder gehanteerd? Gaan deze uitgangspunten ook daadwerkelijk gerealiseerd worden? Waar zitten mogelijke haken en ogen in de uitvoeringspraktijk?
Ik schat dat een tweedaagse sessie heel wat input oplevert waarmee de wetgever – en dus de samenleving – zijn voordeel kan doen.

De opbrengst

De opbrengst is daarmee tweeërlei: 1. Een kwalitatief betere wetgeving en 2. een experiment met een nieuwe vorm van democratie. Dit laatste geeft ook een impuls aan grotere betrokkenheid van burgers bij ‘Den Haag’.