Economische krimp – hoe erg is een stapje terug?

10 januari 2013

Cap Gemini vraagt aan 400 oudere werknemers om 10% van het salaris in te leveren. Er is de afgelopen dagen heel wat over geschreven en gezegd. Vooral in de sfeer van rechten en van vergelijken: oud tegenover jong, management tegenover werknemers, productieven tegenover minder productieven. De keuze lijkt demotie of je baan kwijt. En als dat de keuze is dan is de uitkomst duidelijk. Liever werken tegen 10% minder dan thuiszitten en 30% minder met zicht op bijstand. De positieve reacties keken vooral naar de winst van diversiteit. Teams die bestaan uit oud en jong hebben gezamenlijk meer kwaliteit in huis. Pleidooi voor leeftijdbewust personeelsbeleid – en dat gaat niet alleen over ouderen.

Waar we in alle discussies niet aan toe komen is nadenken over de samenleving waar we naar toe willen. De oude systemen, ontwikkeld na de industriële revolutie, kraken in hun voegen. De snelle economische groei van de afgelopen decennia heeft vooral welvaart gebracht maar het collectieve welzijn heeft geen gelijke tred gehouden.

De digitale revolutie leidt tot nieuwe succesvolle  vormen van samenwerking en financiering. We ruilen diensten, we werken samen op basis van uitwisseling van sociaal kapitaal, initiatieven worden gefinancierd op basis van crowdfunding. De samenleving die zich hier gaat aftekenen is niet gebaseerd op geld met geld maken, op groei van bezit. Het nieuwe hebben is delen.

Hoe erg is dan een stapje terug. Als ervaringsdeskundige (grote stappen terug)  weet ik dat er momenten zijn dat je moet slikken. Maar uiteindelijk zit geluk niet in je salarisstrookje maar in hervinden van je eigen kracht om met tegenslagen om te gaan. Als we ons realiseren dat we naar een samenleving toegaan waarin het een tandje minder mag en kan dan lopen we nog wel tegen een aantal knelpunten aan. En de lastigste daarvan is dat schulden gebaat zijn bij inflatie en economische groei. Je schuld wordt in dat systeem immers vanzelf minder. Die schuldenlast daar moeten we dus wat mee. Een schone taak voor economen.

Als we met elkaar besluiten dat we het in – zeg 2005 – toch goed hadden. En we gaan terug naar het salarisniveau van 2005. En dan gelijk maar de topmanagers in de publieke sector naar het niveau van een ministerssalaris. (Ja, ik weet het: Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren – Elsschot). Volgens mij zou er dan heel wat verongelijktheid omgezet worden in plezier en solidariteit.
Utopie of een kwestie van geduld?

Van oude naar nieuwe economie

Het nieuwe ondernemen begint voorzichtig door te dringen in de oude economie. Na de industriële revolutie is het tijd voor de echte doorbraak van de digitale revolutie in de economie. ‘Kennis is macht’ wordt vervangen door ‘kennis die je deelt neemt toe’. De systemen van de oude economie verzetten zich nog.

Oude economie

Econoom Hans de Geus gaat in Trouw van 1 december op zoek naar een andere economie.
Hij schetst het failliet van het oude ondernemerschap: personeel wordt met een vertrekregeling naar huis gestuurd, op voorwaarde dat ze over hun ontslag(regeling) zwijgen. Het gaat in zijn artikel over DE koffie maar het is ongetwijfeld van toepassing op veel bedrijven die vooral gedreven worden door maximalisatie van de winst.
‘Voor respect hebben we nu even geen tijd.” Het lijken vooral de oudjes (> 45) die moeten vertrekken. Het mag wat kosten maar mondje dicht. En om zich juridisch in te dekken wordt in het beëindigingscontract vastgelegd dat “er een geschil is waar we het al meerdere keren over hebben gehad”.
Het doet mij denken aan het bedrijf waar ik een zieke werknemer begeleidde bij re-integratie. Ze kreeg slechts ziekengeld over haar vaste lage salaris maar had ook recht op ziekengeld over het flexibele deel. Het bedrijf blies hoog van de toren maar toen er een advocaat aan te pas kwam werd er uitbetaald. Onder voorwaarde van zwijgplicht.
De topman gaat van bedrijf naar bedrijf, ontslaat personeel en laat jonge high potentials instromen. Tot ook zij ‘opgebruikt’ zijn. Over het inkomen van de topman hebben we het maar niet. Hans de Geus stelt zichzelf en de lezer de vraag wat dit met werkenden, ondernemers en de samenleving doet. En met onszelf?
De crisis probeert ons al sinds 2008 duidelijk te maken dat het spaak loopt als de jacht naar meer geld onze drijvende kracht is. Het concept van de anonieme aandeelhouder op afstand, van geld met geld verdienen, heeft teveel schade aangericht. Aan de samenleving, aan ‘daders’ en slachtoffers. Wat gebeurt er toch met mensen die macht hebben en geld? Hoe komt het dat zij hun morele kompas verliezen en gaan voor nog meer macht en nog meer geld? Zie ook het rapport over het schoolbestuur van Amarantis dat vandaag (3/12) uitkwam.

Nieuwe economie

Econoom en PvdA-senator Esther-Mirjam Sent twitterde: economie gaat niet over tellen, maar over vertellen. We zijn op zoek naar verhalen over hoe het anders kan; tegengif tegen de cynische verhalen.
De nieuwe economie draait volgens Hans de Geus om begrippen als eerlijk, kleinschalig, lokaal, schoon, overzichtelijk waar mogelijk. Door en voor elkaar, participerend, insluitend in plaats van uitsluitend, in en met de buurt en de gemeenschap, coöperatief. Toegevoegde waarde voor de (lokale) samenleving in plaats van meer geld voor enkelingen.
Hans de Geus vertelt het verhaal van ‘Station Roos’, een koffie- en ijszaakje aan de hoofdstedelijke Wibautstraat. Een espresso kost er € 1,- en het Italiaanse ijs wordt door ondernemer Roos Marijn Kok zelf in de winkel gemaakt. Haar bedrijfsfilosofie: laagdrempelig, simpel, hip en gemoedelijk tegelijk. Kwaliteit staat voorop. Gemaakt en geserveerd met passie en voor een redelijke prijs.
Hans de Geus: “Het relaas van Roos kan ook het verhaal zijn van een andere economie. Het schetst het scenario van hergebruik en overzichtelijkheid, die ecologisch en lokaal tot stand zijn gekomen.
Het verhaal biedt een oplossing voor de crisis op de vastgoedmarkt, als vastgoedeigenaren eindelijk afboeken op de waarde van hun bezit, en de banken met hen, zodat de huurprijs omlaag kan en ondernemers weer de ruimte krijgen. Lage huur, betaalbare koffie; wellicht is dit ook het verhaal van de deflatie die ons te wachten staat.”

Het nieuwe ondernemen begint voorzichtig door te dringen in de oude economie. De economie kan weer uitgelegd worden. De onderneming van Roos is voor iedereen te begrijpen. De aandelenhandel (en bijbehorende vage producten) is ook voor insiders vaak een black box. De nieuwe economie wordt ingekleurd door concepten als ‘waardebepaling achteraf’, van Seats2Meet en van Easycratie. Na de industriële revolutie is het tijd voor de echte doorbraak van de digitale revolutie in de economie. ‘Kennis is macht’ wordt vervangen door ‘kennis die je deelt neemt toe’. De systemen van de oude economie verzetten zich nog.  Je ziet het bij kleinschalige energievoorziening waar het oude systeem zichzelf proberen te handhaven door geld te vragen als je stroom levert aan het net.

Kan het zo zijn dat vandaag of morgen de ‘Berlijnse muur’ tussen oude en nieuwe economie zomaar valt en de nieuwe economie mainstream wordt?

Economische groei?

De overheid pleit voor economische groei en dringt tegelijkertijd aan op matigen van lonen en een kleinere overheid. Met krimp van de economie als resultaat. Daarnaast groeit een informele cultuur, die wordt gekenmerkt door onderlinge zorg, de gunfactor en burgerschap.

26 oktober 2012

‘Lidstaten zelf aan zet om Europese markt te vergroten’

Eén Europese interne markt heeft Nederlandse economie veel banen en inkomsten opgeleverd.
Dat zei minister Verhagen van Economische Zaken op 19 oktober tijdens een evenement in Den Haag waar hij samen met Eurocommissaris Barnier (interne markt) stilstond bij het 20 jarig bestaan van één interne Europese markt. Sinds 1992 heeft de Europese eenwording de Nederlandse economie 4 tot 6% economische groei extra opgeleverd.

Het klinkt allemaal vertrouwd. De economische groei moet vooral worden aangejaagd door de regelgeving voor bedrijven te vereenvoudigen. Maar als je even verder denkt dan eendimensionale statistieken met groeicijfers dan roept dit nogal wat vragen op. Want wat betekent groei van de interne markt?

Een krimpende economie

Meer productie en consumptie in Europa? Zolang het vertrouwen in de euro niet terug is, hoeven we hier weinig van te verwachten. En wíllen we met het oog op duurzaamheid wel meer productie en consumptie? De overheid zelf dringt aan op matigen van lonen en een kleinere overheid. Met krimp van de economie als resultaat. De gevolgen van exportoverschotten in Noord-Europa ten koste Zuid-Europa ervaren we dagelijks dus daar zal de groei ook niet vandaan komen.

Informele economie groeit

Er is een beweging gaande waarin de informele economie groter wordt. Aangewakkerd van bovenaf door bezuinigingen: professionele hulp wordt vervangen door mantelzorg, buurtcentra worden gerund door vrijwilligers en bibliotheken krijgen een hoekje in een school, eveneens gerund door vrijwilligers. Maar ook aangewakkerd van onderaf door groei van de ruilcultuur. De informele cultuur wordt gekenmerkt door onderlinge zorg, de gunfactor en burgerschap.
Het komt de leefbaarheid van de samenleving ten goede. Maar het leidt tot economische krimp en niet tot economische groei zolang de economie gedefinieerd wordt als alles waarmee geld verdiend wordt.

Wat is werk en de waarde van werk?

Het filosofische kwintet bood vandaag een boeiende discussie over de visie op arbeid in onze samenleving van vandaag. Het meest recent staat werk vooral in het teken van consumptie en hedonisme en is het van belang om de economie te laten groeien en de welvaart op peil te houden. Een belangrijk aspect hierbij is dat de verzorgingsstaat klein moet worden gehouden. Arbeid wordt van een vorm van zelfverwerkelijking vooral een plicht.
Hiermee gaat de slinger dus weer terug naar arbeid als economisch nut in plaats van als mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling.

24 juni 2012

Het filosofische kwintet bood vandaag een boeiende discussie over de visie op arbeid in de samenleving van vandaag.

De waarde die we toekennen aan arbeid is in de loop van de tijd veranderd. Ik schreef er op deze plaats al eerder over. http://bit.ly/MGQono Werk was ooit iets voor slaven, werd vervolgens een plicht en later de mogelijkheid voor zelfverwerkelijking. Het meest recent  staat werk vooral in het teken van consumptie en hedonisme en is het middel om de economie te laten groeien en de welvaart op peil te houden. Een belangrijk aspect hierbij is dat de verzorgingsstaat klein moet worden gehouden. Arbeid wordt van een vorm van zelfverwerkelijking vooral een plicht.
Hiermee gaat de slinger dus weer terug naar arbeid als economisch nut in plaats van als mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling. Het loopt parallel met de ontwikkeling van de samenleving waarin alleen economie en geld ertoe lijken te doen.
Terecht werd in het filosofisch kwintet opgemerkt dat werk pas werk heet als ervoor betaald wordt. Wie buitenshuis gaat werken draagt bij aan de economie en als je – om te kunnen werken – iemand inhuurt om je kinderen op te vangen of je werk als mantelzorger over te nemen dan draag je dus dubbel bij aan de economie. Meer kapitalisme of terug naar het kapitalisme.
Het gaat er dus om wat we als samenleving nodig vinden maar vooral of we bereid zijn om ervoor te betalen.

Tegelijk lijkt onvoldoende tot de politiek door te dringen dat het huidige beleid de economie kleiner maakt. We worden geacht weer meer zelf te doen; vrijwilligerswerk, mantelzorg etc. worden bevorderd. De overheid is pas bereid ervoor te betalen als het echt niet anders kan … en zelfs dan … De houdbaarheid van de verzorgingsstaat staat immers onder druk. Of wordt dat ons aangepraat?
Daarnaast ontstaat een beweging waarin de informele economie groeit. Diensten worden uitgeruild, zie ook wat ik hier eerder over schreef http://bit.ly/OeGtc6. Van twee kanten staat de economie dus onder druk. Enerzijds door de overheid van bovenaf, anderzijds door de informele economie van onderaf. En dat terwijl de economie moet groeien om uit de crisis te komen.
Een nieuwe definitie van economie is dringend gewenst.

Die noodzakelijke groei is wel een punt van aandacht. Sinds de jaren ’60 hebben we begrotingstekorten. Economische groei beloont dit.  De inflatie maakt dat de schulden vanzelf kleiner worden zonder dat we er iets voor hoeven te doen. Groei is noodzakelijk om de tekorten achteraf te dekken. Het is een lastig dilemma. We leven op de pof dus we hebben groei nodig. Maar we worden niet gelukkiger van groei en van meer consumeren ten koste van toekomstige generaties. We hebben ons in een positie gemanoeuvreerd waarin we verstrikt zitten in tegenstrijdige belangen.

Werkloos
Uit onderzoek naar geluksbeleving blijkt dat we de norm van de samenleving internaliseren. Mensen die gelegitimeerd niet kunnen werken of ‘genieten’ van de VUT (dat laatste wordt minder) zijn gelukkiger – blijkt uit het onderzoek. Mensen die werkloos zijn (tegen de maatschappelijke norm) zijn relatief ongelukkig. Wat niet genoemd werd in het filosofisch kwintet is dat dit niet alleen met internalisering van de maatschappelijke norm heeft te maken maar vooral met het feit dat je de regie over je bestaan kwijt bent als je in een uitkeringssituatie zit. Je moet verantwoording afleggen over je activiteiten om aan het werk te komen en verantwoorden waarom je niet in de kassen kunt/ wilt werken, je moet je financiële situatie met enige regelmaat op tafel leggen, je moet melden als je een paar dagen van huis bent etc. En dan moet je op psychologisch niveau ook nog om zien te gaan met het oordeel van de samenleving en je eigen gevoel van falen.

Ik ben benieuwd naar het volgende filosofisch kwintet: over niet werken.

Denktank

Vandaag, 1 juni, stond mijn bijdrage als ‘denktank’ op de podiumpagina van Trouw. Mijn gedachten over het vlot trekken van de woningmarkt: woningcorporaties stimuleren bestaande woningen op te kopen en toe te voegen aan het bestand van huurwoningen. Resultaat: De wachttijd voor huurders neemt af en er komt weer doorstroming in de markt van koopwoningen.

1 juni 2012

Vandaag, 1 juni, stond mijn bijdrage als ‘denktank’ op de podiumpagina van Trouw: “Eenvoudig recept. De huizenmarkt zit op slot en er zijn te weinig huurwoningen. Om met het laatste te beginnen. Woningcorporaties verhogen de huur van woningen die vrij komen tot ze in de vrije sector vallen. Hierdoor zijn ze niet meer toegankelijk voor mensen met een beneden modaal inkomen. Tegelijk worden er steeds meer vrijgekomen huurwoningen verkocht. De corporaties dreigen zelfs wettelijk verplicht te worden om meer huurwoningen te verkopen. Het resultaat: potentiële huurders moeten langer wachten op een geschikte woning (nu al gemiddeld 13 jaar) en de markt van koopwoningen gaat verder op slot. Is het niet veel eenvoudiger om corporaties te stimuleren bestaande woningen op te kopen en toe te voegen aan het bestand van huurwoningen? De wachttijd voor huurders neemt af en er komt weer doorstroming in de markt van koopwoningen. Er zit nog geld bij de corporaties (voor zover dit niet is verdampt door eigenbelangen van bestuurders als bij Vestia). Gebruik dit om de woningmarkt echt weer los te krijgen naast de hervormingen in de hypotheekrente aftrek. “ Tot zover mijn bijdrage op de Podiumpagina en mijn gedachten over de huizenmarkt. Ik vind het leuk als een krant mijn bijdrage de moeite vindt om op te nemen. Maar eigenlijk zou ik meer willen. Gisteren was ik op een dag van Vrouw&Passie over het verwezenlijken van dromen. In een workshop formuleerde ik mijn droom: ik zou willen deelnemen aan een denktank over hoe we de samenleving anders kunnen inrichten. Zou die denktank er al zijn of moet ik die toch maar zelf maar in het leven roepen?

Op weg naar een toekomstbestendige arbeidsmarkt

Minister Henk Kamp en werkgevers willen meer flexibiliteit; vakbonden protesteren voorspelbaar tegen alles wat kan leiden tot vermindering van rechten van de werknemers die zij vertegenwoordigen.
Voor werknemers is het van belang dat zij zich bewust worden dat baanzekerheid en sociale zekerheid minder vanzelfsprekend worden en dat je zekerheid vooral kan ontlenen aan investeren in je eigen arbeidsmarktpositie; d.w.z. je blijven ontwikkelen. Dit is overigens ook de verantwoordelijkheid en het belang van de werkgever – los van het soort dienstverband.
De economische ontwikkelingen vragen om een gezamenlijk optrekken van alle partijen.
Suggesties voor verder onderzoek …

12 januari 2012

Minister Henk Kamp (Sociale Zaken) komt binnenkort met een voorstel om langdurig tijdelijke arbeidscontracten in te voeren. Hij wil bijvoorbeeld contracten van 7 of 10 jaar mogelijk maken.
Kamp stelt dat hiermee een extra mogelijkheid wordt gecreëerd om het gebruik van langdurige tijdelijke contracten te vergemakkelijken.

Werkgevers willen voorrang voor flexibel loon
Werkgeversvereniging AWVN zet bij de cao-onderhandelingen voor 2012 in op flexibel loon. Werkgevers en werknemers moeten inspelen op snel verslechterende economische omstandigheden, aldus de AWVN. Dat kan door flexibele loonafspraken. te denken valt aan winstdeling en loonaanpassingen die afhankelijk zijn van de economische ontwikkelingen, aldus de AWVN, die werkgevers adviseert over hun arbeidsvoorwaardenbeleid en betrokken is bij de onderhandelingen over circa 500 cao’s. Ook pleit de vereniging voor het afschaffen of beperken van afspraken die oudere werknemers ontzien, zoals extra vrije dagen voor ouderen. Datzelfde geldt voor het aantal vakantiedagen dat boven het in de wet vastgelegde minimum ligt. De waarde van die vrije dagen kan dan voor andere doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld loonsverhoging.

Vakbonden protesteren voorspelbaar tegen alles wat kan leiden tot vermindering van rechten van de werknemers die zij vertegenwoordigen.
Waar de vakbonden zich eigenlijk voor moeten inzetten is de werkzekerheid i.p.v. baanzekerheid voor de werknemer in ruil voor o.a. het inleveren van ontslagbescherming. Maak de werkgever meer verantwoordelijk voor de werkzekerheid van de werknemer in plaats van dure afkoopregelingen bij ontslag. (Vergelijkbaar met de verantwoordelijkheid bij re-integratie). Bedrijven die winst maken zouden geen reorganisatieontslag mogen geven zonder stevige inzet van outplacement of loopbaanbegeleiding.

En wat vraagt de arbeidsmarkt?
De arbeidsmarkt heeft belang bij een goede balans tussen flexibiliteit en stabiliteit. De combinatie van een vaste kern van loyale werknemers met daaromheen een flexibele schil van werkers die zich willen verbinden aan een opdracht is de beste conditie voor een goed functionerende organisatie die ook innovatief blijft.
Maar ook de stabiele kern is gebaat bij beweeglijkheid; employability is een belangrijke voorwaarde voor die beweeglijkheid. Scholing en loopbaanbegeleiding zijn belangrijke voorwaarden om de employability te versterken. In België hebben werknemers eens in de vijf jaar recht op loopbaanbegeleiding. In Nederland wordt gesproken over de mogelijkheid om recht op studieverlof in te voeren. Wanneer ingezet wordt op employability wordt de behoefte bij werkgevers aan flexibele arbeidscontracten (=gemakkelijk afscheid kunnen nemen van een werknemer) kleiner. Werknemers die zich bewust zijn van hun kwaliteiten en zich blijvend ontwikkelen hoeven zich minder zorgen te maken over ontslag.
De loyaliteit van een medewerker in wie wordt geïnvesteerd, wordt versterkt. Dit komt zowel het plezier in het werk van het individu ten goede als de organisatie.

Zekerheid
Voor werknemers is het van belang dat zij zich bewust worden dat baanzekerheid en sociale zekerheid minder vanzelfsprekend worden en dat je zekerheid vooral kan ontlenen aan investeren in je eigen arbeidsmarktpositie; d.w.z. je blijven ontwikkelen. Dit is overigens ook de verantwoordelijkheid en het belang van de werkgever – los van het soort dienstverband.

Aandachtspunten voor beleid

  • Afschaffing van ontslagvergoeding in ruil voor medeverantwoordelijkheid van de werkgever voor loopbaanbegeleiding ook als hij afscheid wil nemen van een werknemer.
  • CAO’s beperken tot een beperkt aantal thema’s.
  • Extra regelingen met verlofdagen voor ouderen, extra vakantiedagen etc. worden vastgelegd in keuzepakketten waar een werknemer tegen betaling zelf al dan niet voor kan kiezen.
  • Meer investeren in scholing.
  • Onderzoek van de mogelijkheid van deeltijdpensioen (bijv. op je 62e 1 dag werk inleveren voor pensioen.

Duurzame economie

Duurzame economie
In 2008 hoopten velen dat de gebakken lucht van onbegrijpelijke producten en daarbij behorende excessen in de inkomenssfeer uit de financiële wereld gehaald zouden worden. In 2011 maken de deelnemers aan Occupy ons duidelijk dat dit nog steeds hard nodig is. Duidelijk is dat een gezamenlijke visie op duurzaamheid ontbreekt.
Het boek “Manager ontmoet monnik, gesprekken over God, geld en geweten” geeft richting aan het ontwikkelen van een visie. Boeiende gesprekken tussen Jochen Zeitz, topman van Puma, en Anelsm Grün, benedictijner monnik. Ik zou wensen dat alle mensen op verantwoordelijke posities samen dit boek gaan lezen en bespreken.

29 december 2011

Aan het eind van het jaar kijken we nog eens terug. Wat leerden we níet van de crisis van 2008? Wat begint langzaamaan een beetje helderder te worden? Welke kant moeten we op?
Misschien moeten we voor de analyse eerst maar eens kijken naar wat ons verbaast, verwondert.
We maken ons zorgen over de crisis en intussen draait ook alles door en merken de meeste mensen er niets van in hun portemonnee en beperkt hun zorg zich tot wat/als. Zoals in België alles anderhalf jaar lang doordraaide zonder regering.

Wat mij verwondert, is dat de zorg over de achteruitgang zo selectief is. Pensioenfondsen moeten korten op de pensioenuitkeringen omdat onze levensverwachting sneller stijgt dan verwacht. Gepensioneerden die er bruto 7% op achteruit zouden gaan. Hoeveel is dat netto? Is het niet reëel dat als de levensverwachting omhoog gaat de premies ook stijgen waardoor werkenden en gepensioneerden de ‘pijn’ een beetje verdelen. De wereld lijkt te klein als we een beetje moeten inleveren. De oude wereld waarin ‘rechten’ onaantastbaar zijn?
Ik verwonder mij erover dat er veel minder compassie lijkt te zijn met de inkomensachteruitgang van werkzoekenden: bruto 30%. En als het tegenzit vervolgens door naar de bijstand – als je daar tenminste nog recht op hebt in relatie met het inkomen van je huisgenoten. Ook heel wat ZZP-ers zitten financieel knel maar die hoor je weinig klagen want je bent in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de keuzes die je hebt gemaakt in het leven.
Ik sprak onlangs nog met een werknemer van een winstgevende beursgenoteerde onderneming die zich verwondert over het feit dat steeds meer vaste procedures en controle de plaats innemen van verantwoordelijkheid en gezond verstand van de medewerkers en over het feit dat belangrijke zaken als ouderenbeleid tot en met extraatjes als het kerstpakket worden wegbezuinigd omdat dit noodzakelijk is om de aandeelhouders hun winst te geven.  Oude economie?

Duurzame economie is dat niet de schaarste zo verdelen dat we het samen een tijdje uithouden als het minder gaat. En dat het minder moet én kan, lijkt me zo langzamerhand duidelijk. In 2008 hoopten velen dat de gebakken lucht van onbegrijpelijke producten en daarbij behorende excessen in de inkomenssfeer uit de financiële wereld gehaald zouden worden. Helaas..! In 2011 maken de deelnemers aan Occupy ons duidelijk dat dit nog steeds aan de orde is. Ook in de publieke sector rekenen mensen naar zich toe in plaats van dat de publieke zaak wordt gediend.

Als er één ding duidelijk is geworden dan is het dat we weer moeten leren kijken op lange termijn in plaats van korte-termijn-winsten te willen incasseren. Het tweede dat duidelijk is geworden dat een gezamenlijke visie op duurzaamheid ontbreekt. Ik ben bezig met het boek “Manager ontmoet monnik, gesprekken over God, geld en geweten”. Gesprekken tussen Jochen Zeitz, topman van Puma, en Anselm Grün, benedictijner monnik en verantwoordelijk voor de zakelijke kant van de abdij met o.a. 20 handwerkbedrijven. Ik zou wensen dat alle mensen op verantwoordelijke posities samen dit boek gaan lezen en bespreken.

Een paar gedachten en citaten uit dit boek:
“William McDonough, architect en designer, stond in 1991 in de ronde hal van het Jefferson Memorial en eiste een nieuwe verklaring: niet een nieuwe onafhankelijkheidsverklaring maar een verklaring van wederzijdse afhankelijkheid.”
Voor mij ligt hier een belangrijke sleutel. Na decennia van individualisering en persoonlijke vrijheid – die ons veel gebracht hebben – is het hoog tijd dat we ons opnieuw bewust worden van onze wederzijdse afhankelijkheid. Als het met het geheel goed gaat dan gaat het ook goed met mij.

De monnik: “Duurzaamheid heeft uiteindelijk een religieuze dimensie nodig”.
De manager: “Maar ook los van religie moeten mensen begrijpen dat alle levensgebieden – natuur, economie, samenleving – met elkaar verbonden zijn.” “Voor ondernemingen betekent het dat we de oorspronkelijke Corparate Social Responsibility-gedachte, die van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen dus, moeten uitbreiden door onder andere milieubescherming verplicht bij onze economische beslissingen te betrekken.”
Hij pleit voor een holistische visie. Voor mij wordt duidelijk dat hier het antwoord gevonden kan worden op het eendimensionale marktdenken.

Mijn wens voor 2012: laten alle verantwoordelijken in deze wereld dit boek lezen, samen bespreken en het vertalen in handelen. Een wens voor een inspirerend 2012.

Begrotingsbesprekingen Sociale Zaken. Tweede Kamerleden, word wakker!

De voorstellen van minister Kamp zijn grotendeels gebaseerd op de aanname dat er krimp dreigt op de arbeidsmarkt. Dit is onjuist en daarom, naast kritische kanttekeningen, een aantal alternatieven .

Het misverstand blijkt niet uit te roeien. De overtuiging blijft de kop opsteken dat uitstroom van de babyboomgeneratie (geboren tussen 1945 en 1955) een gat achterlaat op de arbeidsmarkt. Ook in de benadering van minister Kamp is de vermeende krapte een belangrijke richtinggever voor de keuzes die gemaakt worden:

14 december, begroting – Hoe zorgen we ervoor dat zo veel mogelijk mensen meedoen op de arbeidsmarkt? Die vraag staat centraal voor minister Kamp en staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zij reageren op de eerste termijn van de Kamer op 13 december.

Bestrijding fraude met uitkeringen, activering arbeidsgehandicapten,stimulering langer doorwerken, aanpak armoedeval, verhuisplicht voor bijstandsgerechtigden. De regering doet er alles aan om de arbeidsparticipatie te verhogen: iedereen die kan werken, moet werken. De belangrijkste reden hiervoor is de vergrijzing, betogen de minister en de staatssecretaris. Die zorgt voor een daling van de beroepsbevolking en tegelijkertijd voor een grotere vraag naar zorgpersoneel.

Op deze pagina, diverse malen in mijn blog en in het artikel in Trouw heb ik aangetoond dat er geen krapte op de arbeidsmarkt ontstaat maar een tekort aan banen. Bovenop de huidige werkloosheid is er de komende tien jaar een groei van de beroepsbevolking te verwachten van bijna een half miljoen mensen.

Wat betekent dit voor de begrotingsbesprekingen in de Tweede Kamer?
Onder de huidige omstandigheden biedt het geen oplossing om de arbeidsparticipatie te willen vergroten. Volgens Kamp is de overheid geen banenmotor en daarin heeft hij gelijk of toch niet …?
De overheid is de grootste werkgever en heeft de mogelijkheid om de economie te laten groeien. Investeer in onderwijs, zorg, duurzaamheid en zie dit als onderdeel van de opbrengstenkant van het BNP in plaats van kostenpost.

Wat kan de overheid verder doen om de banengroei te stimuleren?
De factor arbeid moet goedkoper worden. Minder belastingen over lonen en meer over de andere productiefactoren. Dit moedigt werkgevers aan om vaker te kiezen voor banen in plaats van investeren in productiemiddelen. Is het een rare gedachte om de onderste schijf (bijv. tot het minimumloon) voor belastingen op 0 te zetten en dit te compenseren in de hogere schijven?

Verplichtingen voor werkzoekenden
Werkgevers kunnen/ mogen we niets opleggen. Werkzoekenden wel. Een werkzoekende dwingen om te verhuizen van bijv. Oost-Groningen naar de Randstad moet mogelijk zijn. Zou het niet slimmer zijn om voor die baan in de Randstad ook een werkzoekende te vinden in de Randstad? Nog los van wat het betekent voor de werkzoekende uit Oost-Groningen om te verhuizen: huis niet aan de straatstenen kwijt kunnen, geen woning te vinden in de buurt van je nieuwe baan, beginnen met een jaarcontract en is dat alle investeringen waard als je na een jaar misschien wel weer op straat staat? En doet bijv. de WMO niet een beroep op sociale samenhang en wat blijft daarvan over? En wat als je partner wel een baan heeft – ook al brengt die te weinig op om samen van te leven?

Verkorten van WW-rechten of solidariteit?
Eén van de maatregelen die wordt genoemd om het huishoudboekje van de overheid op orde te brengen is het verkorten van de WW. Dit betekent dat de mensen die de domme pech hebben om in de WW te belanden nogmaals worden afgestraft. Werkenden mogen zich gelukkig prijzen dat ze werk hebben – waarmee ze in eigen onderhoud kunnen voorzien en dat zo belangrijk is voor je persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling – en zouden zich solidair kunnen verklaren met werkzoekenden. Dan kunnen we die werkenden vragen om 1% in te leveren in plaats van loonstijging te eisen.
De totale beroepsbevolking is 7,4 miljoen, het totaal aantal werklozen is 455 duizend. De laatste leveren al bruto 30% in voor zover ze recht hebben op WW; dan is 1% ‘solidariteitsheffing’ toch niet teveel gevraagd?

Krapte op de arbeidsmarkt (2)

Ook voor sectoren waarin geen tekort dreigt, is het van groot belang dat alle partijen gezamenlijk optrekken om een betere aansluiting tussen werkzoekenden, scholing en werkgelegenheid te creëren. Te vaak ontbreekt de flexibiliteit om de aansluiting mogelijk te maken. Personeelszaken heeft een bepaalde doelgroep voor een functie op het oog en neemt niet de moeite om breder te kijken.

De conclusie van mijn blog vorige week: “Als doorwerken tot 65 jaar de norm wordt, dan is er de komende jaren geen tekort aan menskracht maar aan banen. Het verschil tussen vertrek en intrede tot 2020 is afgerond een half miljoen werkenden.”
Betekent dit voor werkgevers dat ze rustig achterover kunnen leunen? Op sommige deelmarkten zal ongetwijfeld toch een tekort optreden. De zorgsector wordt regelmatig genoemd. “Krapte op de arbeidsmarkt (2)” verder lezen