Vergrijzing en zorgen om de kosten van zorg

“Nu doet u het weer … ” dacht ik. En weer werd in een debat alarm geslagen over de vergrijzing die ervoor verantwoordelijk is dat de kosten van de zorg de pan uitrijzen. Het groeiend aantal gepensioneerden ten opzichte van het aantal werkenden wordt als zorgwekkend gepresenteerd. Terwijl in 1950 tegenover ieder kind/ oudere 1,2 werkende stond, was dit in 2011 1,6 werkende. De arbeidsparticipatie is in deze periode gestegen van 39% naar 47%.

6 september 2012

In de serie debatten op weg naar de verkiezingen sprak een aantal vrouwen die als 2e op de lijst staan over de zorg.
“Nu doet u het weer … ” dacht ik. Weer werd alarm geslagen over de vergrijzing die ervoor verantwoordelijk is dat de kosten de pan uitrijzen. Het groeiend aantal gepensioneerden ten opzichte van het aantal werkenden wordt als zorgwekkend gepresenteerd. De factcheck corrigeerde één van de deelnemers: niet vier maar drie werkenden op één 65-plusser. Volgens berekeningen van het FD werkten er in 2001 nog 2,7 mensen per pensioengerechtigde tegen 2,3 in 2011.
Zou het niet reëel zijn om naar de totale demografische druk te kijken en de feiten echt laten spreken? De totale demografische druk* is in de periode 1950 – 2011 gedaald van 81,9% tot 64,2%. De groene druk is als gevolg van het teruglopend geboortecijfer sterk gedaald. Terwijl in 1950 tegenover ieder kind/ oudere 1,2 werkende stond, was dit in 2011 1,6 werkende. De arbeidsparticipatie is in deze periode gestegen van 39% naar 47%. Er is dus weinig aanleiding voor paniekverhalen.

1. Dit betekent niet dat er geen reden is om kritisch naar het beleid te kijken. Het aantal ouderen groeit en het aantal jaren dat zij te kampen hebben met chronische ziekten stijgt. Maar ik vraag me af in hoeverre dit te maken heeft met de aandacht voor preventieve screening. Leeftijdgenoten (ik ben 61) kijken me verbaasd aan als ik zeg dat ik geen medicijnen gebruik. Ik vertel er wel bij dat ik ‘vals speel’ omdat ik mij nog nooit heb laten onderzoeken op cholesterol, botontkalking of andere mogelijk chronische kwalen.
En de stijgende kosten van de AWBZ? Ik ben zo benieuwd naar een onderzoek dat niet alles op één hoop veegt. Wat is er uit andere potjes de afgelopen 10 jaar onder de AWBZ geschoven. Waar zit de stijging? In overhead, personeelskosten, reclame, patiëntvriendelijker uitstraling, nieuwe technieken? Wat is het percentage dat naar directe patiëntenzorg gaat en hoe hard is dat gestegen? Bij het ministerie zou dat toch bekend moeten zijn maar we krijgen alleen de totale stijging gepresenteerd.

2. Dit betekent ook niet dat het niet goed is om langer door te werken. En dit gebeurt ook massaal. Terwijl in de jaren ’90 de werknemers nog massaal met de VUT gingen tussen 55 en 60 jaar, is het nu vanzelfsprekend dat iedereen doorwerkt tot zijn 65e. De groep die al is uitgetreden, gaat niet opnieuw aan het werk maar de 60-ers van nu werken door. De vrouwen maken op dit punt nog een inhaalslag. Tot 2020 is dit effect nog merkbaar met een stijging van het aantal mensen dat wil werken. De vraag is of de economie zich zo herstelt dat het werk er ook is. Voorlopig lijkt er weinig reden tot optimisme.
Op vragen van de PVV over mogelijke verdringing waardoor jongeren minder gemakkelijk aan het werk komen, gaf minister Kamp als antwoord dat een groter arbeidsaanbod tot meer werk en meer welvaart leidt. Ik ken de context van vraag en antwoord niet maar dit lijkt wel heel gemakkelijk. Als de principes van de markt hier zouden werken dan zou het groter aanbod van werknemers leiden tot een prijsdaling voor arbeid. Het lijkt me niet dat dit is wat minister Kamp bedoelde.

Het gevaar van alle aandacht voor de grijze druk is dat het psychologische draagvlak voor de verzorgingsstaat wordt ondermijnd. Het versterkt het gevoel van werkenden dat zij ‘al die ouderen’ moeten onderhouden en geeft ouderen het gevoel dat zij alleen nog maar tot last zijn. Terwijl de ouderen toch hun aandeel hebben geleverd aan de welvaart van de volgende generaties.

* De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van het niet-werkende deel van de bevolking tot het werkende deel van de bevolking, CBS 

Vergrijzing leidt niet tot krapte op de arbeidsmarkt

Vergrijzing leidt niet tot krapte op de arbeidsmarkt. De kritiek van Marco Hendriks dat dit niet is gebaseerd op de juiste feiten weerlegd.

4 november 2011

O.a. in Trouw heb ik betoogd dat de algemeen heersende opvatting dat vergrijzing zou leiden tot krapte op de arbeidsmarkt, niet juist is.
Onder de titel “Wel of geen arbeidsmarktkrapte bepalen aan de hand van juiste feiten” bekritiseert Marco Hendriks op zijn blog (Interim Intelligence) mijn betoog.

Graag wil ik beginnen met wat ik met mijn publicaties wil bereiken. Op de eerste plaats wil ik het misverstand ontzenuwen dat vergrijzing en de zogenaamde ‘grote uitstroom van de babyboom’ leidt tot krapte op de arbeidsmarkt. Kijk om je heen. De 60-ers van nu werken slechts in beperkte mate terwijl de 30-ers volop werken. Dat moet betekenis hebben voor de arbeidsmarkt.
Op de tweede plaats stoort het mij dat professionals elkaar napraten en schrijven met cijfers die kant noch wal raken. Zoals de uitspraak dat er met de babyboom 800.000 mensen de komende jaren van de arbeidsmarkt vertrekken tegenover een instroom van 400.000 jongeren.
Op de derde plaats wil ik het misverstand ontzenuwen omdat het valse verwachtingen wekt bij veel werkzoekenden maar ook bij hun begeleiders.
Nuance: op diverse plekken heb ik geschreven dat dit verhaal natuurlijk niet universeel geldig is voor alle sectoren, regio’s etc.

Nu de argumenten: Hendriks voert aan dat de overheid al jaren terug doelstellingen heeft geformuleerd voor het laten stijgen van de arbeidsparticipatie. We zijn het erover eens dat de arbeidsparticipatie de afgelopen jaren fors is gestegen; het is de vraag in hoeverre dit het gevolg is van overheidsbeleid of van andere factoren.

Hendriks is het ook met mij eens dat er juist meer mensen beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt in plaats van een dalend arbeidsaanbod als gevolg van de vergrijzing. En dit is precies de kern van mijn betoog. Er wordt nog te vaak het verband gelegd tussen vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt. Deze misvatting heb ik willen bestrijden en dat blijkt nog steeds nodig. Recent hoorde ik op een congres een arbeidsmarktonderzoeker spreken over de grote uitstroom van de babyboom. De bekende babyboom is helemaal niet zo groot; de bevolkingsgroep 55-65 jaar is 125.000 groter dan de groep 15-25 jarigen die hen op de arbeidsmarkt gaat vervangen (2,153 tegen 2,028 miljoen). En daarbij geldt dat de arbeidsparticipatie van de ouderen laag is (60-65 jaar 30% en 55-60 jaar 65%. Die grote uitstroom bij de mannen heeft al plaatsgevonden terwijl voor de vrouwen geldt dat in deze generatie de arbeidsparticipatie altijd laag is geweest. Veel vrouwen van deze generatie stopten met betaald werk bij het krijgen van kinderen en is later niet meer gaan werken.

Vervolgens introduceert Hendriks een nieuw element in de discussie: werken de nieuwkomers genoeg uren of is parttime werken de oorzaak van een toekomstig tekort.
Hendriks noemt het Centraal Planbureau dat uitgaat van de verwachting dat het gemiddelde aantal gewerkte uren per week licht zal dalen. Oudere werknemers werken minder uren en volgens Hendriks betekent dit dat de vergrijzing dus wel degelijk effect gaat hebben.
Dat valt te betwisten. In mijn eerdere publicaties kwam ik op een stijging van het arbeidspotentieel van 450.000 mensen tot 2020. Stel dat deze allemaal halftime gaan werken dan is er nog steeds een groei van ruim 200.000 fte. Overigens gaat het SCP in zijn memorandum uit van een daling van de gemiddelde werkweek van 33,5 in 2006 naar 33 uur in 2040.

In tegenstelling tot wat Hendriks stelt, heb ik in diverse publicaties wel aandacht gegeven aan de banengroei. Uit de officiële cijfers blijkt dat de banengroei vooralsnog minimaal is. We mogen hopen dat de economische crisis binnen afzienbare tijd achter ons ligt en er weer banengroei ontstaat. Overigens gaan wetenschappers als Paul de Beer van de Universiteit van Amsterdam er vanuit dat de arbeidsmarkt flexibel is en zich aanpast aan een eventueel tekort. Paul de Beer verwijst o.a. naar Duitsland waar al 10 jaar een feitelijke krimp van de bevolking gaande is terwijl de werkloosheid op hetzelfde peil blijft.

Vervolgens noemt Hendriks het toenemend beroep op de zorg als gevolg van de vergrijzing. Ik heb nog geen cijfers kunnen vinden waaruit blijkt dat de periode van ziekte en behoefte aan zorg langer duurt met het stijgen van de levensverwachting. Mensen blijven langer gezond. De tendens is dat mensen steeds langer zelfstandig blijven terwijl het in de jaren ’60 toch redelijk gebruikelijk was om je plekje in het bejaardentehuis rond je 65e jaar geregeld te hebben. De belangrijkste toename van het beroep op de zorg zit in de toename van de behandelmogelijkheden. Ook voor ouderen en dan gaat de vergrijzing wel tellen.

Bij de slotconclusie van Hendriks zijn we het weer eens. De belangrijkste oorzaak van het feit dat ouderen langs de kant blijven staan, zijn de vooroordelen van werkgevers met betrekking tot de inzet van oudere werknemers. Maar werkgevers kunnen zich vanwege het groeiend aanbod van werknemers ook permitteren om te volharden in hun vooroordelen.
Zijn slotconclusie: “Het wegnemen van vooroordelen omtrent oudere medewerkers, het scholen van medewerkers en werklozen, dáár moet aandacht voor zijn.” onderschrijf ik volledig
De aansluiting tussen vraag en aanbod kan sterk verbeterd worden. Ook door oudere werknemers de gelegenheid te bieden én uit te dagen om zich te blijven ontwikkelen. Het rendement van scholing van oudere werknemers is hoger dan het rendement van scholing van jonge werknemers. Ook voor werkzoekenden geldt dat scholing loont. Maar scholing is pas echt effectief als het gekoppeld is aan een baan.
Oproep aan werkgevers: stel een werkzoekende aan, bied hem of haar scholing en je krijgt een uiterst gemotiveerde, gekwalificeerde en loyale werknemer.

De gevolgen van vergrijzing voor de arbeidsmarkt, een hardnekkig misverstand.

Recent schrijft minister Donner in een reactie op het rapport ‘De grote uittocht’: “Vanaf dit jaar gaat de babyboomgeneratie met pensioen. Tegelijkertijd dienen zich steeds minder jongeren aan op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat nog dit decennium de groei van de beroepsbevolking afvlakt”.
De onjuiste conclusie dat de vergrijzing leidt tot een personeelstekort lijkt niet uit te roeien.

Recent schrijft minister Donner in een reactie op het rapport ‘De grote uittocht’: “Vanaf dit jaar gaat de babyboomgeneratie met pensioen. Tegelijkertijd dienen zich steeds minder jongeren aan op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat nog dit decennium de groei van de beroepsbevolking afvlakt”.
De onjuiste conclusie dat de vergrijzing leidt tot een personeelstekort lijkt niet uit te roeien. “De gevolgen van vergrijzing voor de arbeidsmarkt, een hardnekkig misverstand.” verder lezen

Krapte op de arbeidsmarkt?

In veel publicaties en op internetfora wordt uitgegaan van een tekort aan menskracht op de arbeidsmarkt bij vertrek van de babyboomgeneratie. Werkzoekenden denken dat zij dankzij deze ontwikkeling straks weer werk kunnen vinden. Beleidsmakers maken beleid gericht op meer mensen aan het werk.
Nader onderzoek wijst uit dat er de eerstkomende jaren geen sprake is van een tekort aan werkenden.

24 juni 2011

In veel publicaties en op internetfora wordt uitgegaan van een tekort aan menskracht op de arbeidsmarkt bij vertrek van de babyboomgeneratie. “Krapte op de arbeidsmarkt?” verder lezen

Vergrijzing en ontgroening

28 januari 2011

De veranderende bevolkingsopbouw maakt leeftijdbewust personeelsbeleid urgent.
Vergrijzing en ontgroening zijn begrippen die duidelijk zichtbaar worden als je de leeftijdsopbouw van de bevolking in 2009 vergelijkt met die van 1950. Grappig om te zien hoe de ‘punt’ van de babyboom “Vergrijzing en ontgroening” verder lezen