De ZZP’er in de verkiezingsprogramma’s

Het was niet mijn bedoeling maar de discussie over de maatregelen die de PvdA wil nemen om de fiscale voordelen van ZZP’ers te verminderen vraagt om nader onderzoek.
Het was voor mij aanleiding om te twitteren: “Is je eigen portemonnee leidend bij je keuze op 12/9 of kijk je verder dan dat? “
In het marktdenken van het afgelopen decennium klinkt al te vaak de opmerking dat je vooral geen ‘dief van je eigen portemonnee’ mag zijn. Ik ken gelukkig veel mensen – ook ZZP’ers – die zich vooral laten inspireren door hun visie op de samenleving.

11 september 2012

Ik heb op mijn blog al een en ander geschreven over de verkiezingsprogramma’s in het algemeen en over sociale zekerheid en op de website van LoopbaanFIT over de arbeidsmarkt.
Het was niet mijn bedoeling maar de discussie over de maatregelen die de PvdA wil nemen om de fiscale voordelen van ZZP’ers te verminderen, vraagt om nader onderzoek.

Ik twitterde: “Is je eigen portemonnee leidend bij je keuze op 12/9 of kijk je verder dan dat? “
In het marktdenken van het afgelopen decennium klinkt al te vaak de opmerking dat je vooral geen ‘dief van je eigen portemonnee’ mag zijn. Ik ken gelukkig veel mensen – ook ZZP’ers – die zich vooral laten inspireren door hun visie op de samenleving.

De FactClub onderzocht de uitspraak van Diederik Samson: ‘Als je nu 20 duizend euro verdient (dat is het minimumloon), als je dat gewoon verdient als werknemer betaalt je 3, 4 duizend euro belasting. Als je dat verdient als zzp’er betaal je nul euro belasting.
De FactClub komt tot de conclusie dat dit een feit is. http://thefactclub.nl/2012/09/11/feitoffabel-dag-14-samsom-over-zzpers/

Zoals ik eerder geconcludeerd heb is de informatie uit de verschillende programma’s moeilijk vergelijkbaar. Het oordeel is aan de lezer.

Plannen en voornemens – een selectie uit de programma’s van de acht partijen met meer dan vijf zetels in de Tweede Kamer (partijen in alfabetische volgorde)

CDA
  • ZZP’ers  moeten een pensioen op kunnen bouwen zonder dat dit vermogen in geval van faillissement door schuldeisers kan worden aangesproken.
  • Iedere werkende – dus ook een ZZP’er – moet tegen redelijke kosten een arbeidsongeschiktheidsverzekering kunnen afsluiten. Dit in de vorm van een nationale vrijwillige arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ZZP’ers .
  • Verzekeraars zullen in die behoefte moeten voorzien. Maar ook nieuwe cirkels van solidariteit kunnen een rol spelen: zoals broodfondsen en vrijwillige verenigingspensioenfondsen.
 ChristenUnie
  • Meer zekerheid voor flexwerkers. Na ten minste drie jaren hebben gewerkt en vooruitzicht op een volgend jaar werk, kunnen zij zich inkopen in een arbeidspool die de komende vijf jaren werk garandeert. Inkoop in de pool geeft een minimum aan sociale zekerheidsrechten en de mogelijkheid van collectieve pensioenopbouw.
  • De pool wordt uit de sociale premies gefinancierd. Werkgevers krijgen premiekortingen indien zij werknemers uit de pool in dienst nemen.
  • Er moet door de overheid oog en aandacht zijn voor de ZZP’ers . Pensioenopbouw, het afsluiten van collectieve verzekeringen en scholing door ZZP’ers  worden beter gefaciliteerd.
 D66
  • Eenvoudiger contact met de overheid maar ook afschaffen van overbodige lasten (KvK, bedrijfschappen, een simpele VAR verklaring), het zorgen voor aanbestedingen die open staan voor mkb-ers en ZZP’ers .
  • De eigen verantwoordelijkheid en flexibiliteit  van ZZP’ers  passen bij een moderne arbeidsmarkt. Onze sociale zekerheid loopt achter op deze ontwikkeling.
  • ZZP’ers  wordt de mogelijkheid geboden nog geruime tijd te sparen in het pensioenfonds van hun voormalige werkgever en via een Premiepensioeninstelling.
  • ZZP’ers  kunnen toegang krijgen tot een vrijwillig pensioenfonds en de WIA om hun arbeidsongeschiktheidsrisico te verzekeren.
  • ZZP’ers  moeten gemakkelijker kunnen aanhaken bij sociale voorzieningen, op basis van keuzevrijheid.
  • Het urencriterium moet een omzetcriterium worden.
 GroenLinks
  • Flexwerkers en ZZP’ers  krijgen toegang tot zaken als scholing, een hypotheek en collectieve pensioenen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
 PvdA
  • Waar teveel ZZP’ers  in armoede leven, wil de PvdA in sectoren die zich daarvoor lenen minimumtarieven invoeren.
  • Verdiensten moeten tenminste genoeg zijn om pensioen op te bouwen en om een verzekering te kunnen veroorloven voor arbeidsongeschiktheid en ziekte.
  • Broodfondsen als verzekering tegen risico’s als ziekte en arbeidsongeschiktheid verdienen actieve fiscale steun.
  • Daartegenover staat wel de plicht om zich te verzekeren tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid.
  • ZZP’ers  krijgen onder bepaalde omstandigheden toegang tot de bijstand.
  • ZZP’ers  krijgen toegang tot bestaande fondsen voor scholing.
  • ZZP’ers  krijgen recht op even goede arbeidsomstandigheden als werknemers.
  • Schijnconstructies waarbij de werkgever een werknemer eerst ontslaat om deze vervolgens als ZZP’er weer in te huren, gaat de Arbeidsinspectie harder aanpakken.
  • Werknemers die als ZZP’er aan de slag gaan, mogen aangesloten blijven bij hun bestaande pensioenfonds of -verzekering.
  • De overheid moet ervoor zorgen dat ZZP’ers  in alle gevallen waarin de ZZP’er aan de gestelde functie-eisen kan voldoen, kunnen meedingen naar opdrachten.
  • De verschillen in de fiscale behandeling van werknemers en ZZP’ers  worden kleiner; ook voor de premie zorgverzekering.
  • Bij schuldhulpverlening voor ZZP’ers  wordt niet langer vereist dat ze hun bedrijf stopzetten om ervoor in aanmerking te kunnen komen.
 PVV

 SP
  • Mensen met een tijdelijk contract en ZZP’ers krijgen meer bescherming.
  • ZZP’ers  die werk verrichten dat in hun sector voornamelijk in loondienst wordt gedaan, komen onder de sociale zekerheid.
  • De werkgever die hen opdracht geeft betaalt pensioenpremies en premies voor arbeidsongeschiktheid.
 VVD
  • De VVD wil de wettelijke regelingen voor ZZP’ers  verbeteren.
  • Er is al geregeld dat ZZP’ers  nog tien jaar aangesloten kunnen blijven bij hun pensioenfonds op het moment dat zij ZZP’er worden.
  • ZZP’ers  krijgen de mogelijkheid te geven zichzelf in een collectieve pensioenregeling te verenigen.
  • In het geval van faillissement van de ZZP’er kan vermogen dat in een collectieve pensioenregeling is opgebouwd niet worden aangesproken door schuldeisers.
  • Het wordt voor ZZP’ers  mogelijk zich aan te sluiten bij een collectieve rbeidsongeschiktheidsregeling. Zij moeten ook makkelijker toegang krijgen tot de Nationale Hypotheekgarantie (NHG).
  • Het onderscheid tussen grote, kleine en parttime ondernemers moet kleiner;  zij moeten een meer gelijke fiscale behandeling krijgen.

 

Verkiezingsprogramma’s Sociale zekerheid

Ik heb mijzelf uitgedaagd om een vergelijking te maken tussen de verkiezingsprogramma’s op het gebied van arbeidsmarkt en sociale zekerheid, schreef ik in mijn vorige blog. Na een eerste algemene vergelijking van de programma’s is het nu de beurt aan sociale zekerheid.

3 september 2012

Werkzekerheid en sociale zekerheid

Ik heb mijzelf uitgedaagd om een vergelijking te maken tussen de verkiezingsprogramma’s op het gebied van arbeidsmarkt en sociale zekerheid, schreef ik in mijn vorige blog. Na een eerste algemene vergelijking van de programma’s is het nu de beurt aan sociale zekerheid.
Ik kijk hier vooral naar concrete beleidsvoornemens en doe een poging om de informatie toegankelijk te maken.
De toon – zoals te verwachten – is erg wisselend. Waar de VVD er vooral vanuit gaat dat de kosten beperkt moeten worden, werklozen niet moeten zeuren maar werken en ondernemers meer ruimte moeten krijgen, leggen de SP en de PvdA het accent vooral op bescherming van werknemers en van mensen met een beperking.
Als het over ontslagbescherming gaat dan willen SP en PVV dat deze blijft zoals die is. Andere partijen zetten in op werkzekerheid in plaats van baanzekerheid. De ontslagvergoeding wordt vervangen door scholingsmogelijkheden.
De ChristenUnie besteedt veel aandacht aan maatregelen om de jeugdwerkloosheid terug te dringen.
Ambtenaren houden bij de SP hun bijzondere rechtspositie. De VVD en PvdA willen deze rechtspositie gelijk trekken met die van werknemers.

Hieronder een aantal plannen en voornemens voor sociale zekerheid van de acht partijen met meer dan vijf zetels in de Tweede Kamer.

Een selectie uit de programma’s (partijen in alfabetische volgorde):

CDA
  • Werkgevers krijgen een premiekorting om (werkloze) ouderen in dienst te nemen.
  • Er moet een taskforce jeugdwerkloosheid komen.
  • Werkgevers zijn vooralsnog verplicht maximaal een half jaar lang de kosten van de WW aan het UWV te vergoeden. Op termijn wordt deze verplichting omgezet in de verplichting samen afspraken te maken over loondoorbetaling bij ontslag en (preventief) te investeren in scholing.
ChristenUnie
  • Een hogere ontslagvergoeding is mogelijk wanneer deze in termijnen wordt uitbetaald. Als binnen de termijnperiode een baan wordt gevonden, wordt het restant als premie verdeeld over werkgever en werknemer.
  • Werknemers krijgen een talentenbudget dat zij ook naar een nieuwe baan kunnen meenemen.
  • Werkgever en werknemer zijn in eerste instantie samen verantwoordelijk voor het vinden van een nieuwe baan. De werkgever houdt deze verantwoordelijkheid maximaal een jaar.
D66
  • De WAJONG, WSW en WWB worden ondergebracht in 1 wet.
  • Zoveel mogelijk mensen moeten aan de slag bij reguliere werkgevers.
  • De mogelijkheden van mensen die nu in de oude regelingen zitten worden opnieuw bekeken. Gemeenten gaan de nieuwe wet uitvoeren. Cruciaal is dat zij voldoende middelen krijgen voor begeleiding naar werk.
GroenLinks
  • Participatie in de vorm van werk wordt ten minste beloond met het minimumloon.
  • De kinderbijslag wordt inkomensafhankelijk.
  • De positie van zelfstandigen en hun toegang tot de sociale zekerheid wordt verbeterd.
PvdA
  • Er komt er een nieuwe werk-naar-werkregeling: werkgevers betalen de eerste zes maanden van de WW loon door. Dit geldt ook voor flexwerkers.
  • Werkgever en werknemer stellen bij werkloosheid een verplicht werk-naar-werk plan op. Aan het eind van de eerste zes maanden werkloosheid wordt getoetst of beide partijen genoeg gedaan hebben om nieuw werk te vinden.
  • Geen voorkeursbehandeling voor ambtenaren.
PVV
  • Sociale zekerheid wordt ontzien: opkomen voor de mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken.
  • De WW en de ontslagvergoeding blijven in tact.
SP
  • Wie met een uitkering volwaardig werk verricht, krijgt ook een volwaardig loon.
  • Het sociaal minimum wordt verhoogd. Wie naar vermogen werkt krijgt in ieder geval het wettelijke minimumloon. Als loonaanvulling noodzakelijk is kunnen loonkostensubsidies worden ingezet.
  • Zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers) die werk verrichten dat in hun sector voornamelijk in loondienst wordt gedaan, komen onder de sociale zekerheid. De werkgever die hen opdracht geeft betaalt pensioenpremies en premies voor arbeidsongeschiktheid.
VVD
  • De WW-uitkering wordt de eerste drie maanden verhoogd en de duur wordt verkort.
  • De kantonrechtersformule en de gang naar het UWV bij ontslag worden afgeschaft. In de wet wordt een vaste ontslagvergoeding van een week per gewerkt jaar opgenomen (met een maximum van een half jaarsalaris).
  • Opeenvolgende arbeidscontracten tot een maximale duur van vijf jaar worden mogelijk.

Een coalitie van CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks en PvdA moet op basis van hun programma’s tot mooie plannen kunnen komen waarin de sociale zekerheid wordt hervormd, baanzekerheid wordt vervangen door werkzekerheid (werknemers niet langer aan hun stoel blijven plakken vanwege een riante ontslagvergoeding) en kwetsbare groepen niet in de kou worden gezet.

Verkiezingsprogramma’s 2012

Ik heb mijzelf uitgedaagd om een vergelijking te maken tussen de verkiezingsprogramma’s op het gebied van arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Ik ‘beperk’ mij tot de acht partijen met vijf of meer zetels in de Tweede Kamer. Niet eerder had ik mij op deze manier verdiept in partijprogramma’s en dan ook nog deels van partijen waarvan ik zeker weet dat ik daar niet op zal stemmen.
Vandaag deel 1 over o.a. leesbaarheid en de kwaliteit van de programma’s.

17 augustus 2012

Ik heb mijzelf uitgedaagd om een vergelijking te maken tussen de voornemens in de verkiezingsprogramma’s voor de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Ik ‘beperk’ mij tot de acht partijen met vijf of meer zetels in de Tweede Kamer. Niet eerder heb ik mij op deze manier verdiept in partijprogramma’s en dan ook nog deels van partijen waarvan ik zeker weet dat ik daar niet op zal stemmen. De klus is lastiger dan ik dacht en het eindresultaat is er nog niet.
De verschillen in de opbouw van de programma’s maakt het vooral lastig. Bij de meeste is het duidelijk waar ik de gewenste informatie moet zoeken. Het programma van het CDA blijkt een zoekplaatje voor mijn opdracht. Bij de inhoudsopgave wordt het niet duidelijk waar ik moet zoeken en de gewenste informatie blijkt verspreid te staan over drie hoofdstukken.
De leesbaarheid is ook nogal verschillend. De ChristenUnie biedt een printvriendelijke versie die prettig leest. GroenLinks maakt het de lezer op het scherm lastig door de tekst in twee kolommen op te maken. D66 heeft – naast een minder prettig leesbare pdf-versie – op haar website het programma in hapklare brokken staan. Prettig leesbaar en een goede navigatie maar het is niet helemaal duidelijk of dit exact overeenkomt met de pdf van het officiële programma. De vijf richtingwijzers waarin D66 haar identiteit helder schetst, kan ik bijvoorbeeld niet vinden in de web-versie.
De meeste programma’s zijn goed leesbaar. De PVV heeft het taalgebruik en beeldmateriaal afgestemd op toegankelijk communiceren met Henk en Ingrid. Een consistent geheel.

De inhoud

Maar het gaat natuurlijk vooral om de inhoud. Voor de meeste programma’s geldt dat het helder is welke maatschappijvisie de partij uitdraagt. De concrete uitwerking van die visie is niet altijd even helder. Vooral het CDA laat in het midden hoe zij de gestelde doelen wil verwezenlijken.
De VVD lijkt erg tevreden over zichzelf en over de bereikte resultaten in de afgelopen periode en is – als altijd – erg afwijzend naar alles wat overheid is. Consequent in visie en standpunten maar weinig nieuws. Het zijn vooral de linkse partijen en de ChristenUnie die concreet maken hoe zij hun doelen willen realiseren. De PvdA heeft – wat mij betreft – het beste verkiezingsprogramma geschreven: helder taalgebruik, concrete en onderbouwde uitwerkingen.

Mijn analyse over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid in de programma’s houdt u nog even tegoed.