De Wet Werken naar Vermogen. Oude wijn in nieuwe zakken?

De Wet Werken naar Vermogen. Zijn de gekozen instrumenten evidence-based of is het oude wijn in nieuwe zakken?

De Krom: “iedereen die (gedeeltelijk) kan werken, moet dat ook doen”.
De Krom wil met de Wet werken naar vermogen een ‘fundamentele omslag’ bewerkstelligen in het denken over en omgaan met mensen die een arbeidsbeperking hebben.
Mooi! Maar hoe komt het dat er zoveel gemotiveerde mensen met een arbeidsbeperking geen werk kunnen vinden. De Wet Werken naar Vermogen gaat er vanuit dat met een financiële prikkel werkgevers  mensen met een arbeidsbeperking wel in dienst zullen nemen. Er hoeft niet meer betaald te worden dan wat mensen daadwerkelijk produceren; de rest wordt aangevuld door de gemeente.
RWI en Divosa pleiten voor evidence-based inzet van re-integratie-instrumenten. In de praktijk blijkt dat subsidies geen effect hebben om mensen met een beperking aan het werk te helpen. De enige financiële prikkel die enigszins werkt is het uitsluiten van financiële risico’s van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.
Het lijkt erop dat De Krom kiest voor een instrument waarvan in de praktijk al is gebleken dat het niet werkt.

Mogelijke alternatieven
Een andere financiële prikkel
Wellicht zou onderzocht kunnen worden hoe beloningssystemen anders ingezet kunnen worden. Stel dat naarmate het percentage werknemers met een beperking hoger is, de vennootschapsbelasting omlaag gaat. Er ligt dan een directe relatie met winstoptimalisatie.
Scholing
In sommige sectoren is sprake van krapte. In het verleden kenden we het CVV, Centrum voor Vakopleiding. Hier werden werkzoekenden omgeschoold naar beroepen waar vraag naar was. Start omscholingsprojecten vanuit de vraag van de markt dan komen werkgevers wel over de brug. Mits de match goed is. Er zijn veel mensen met een beperking die uitstekende kwaliteiten hebben voor specifieke taken.
Coach op locatie
Werkgevers klagen nogal eens over mogelijke gedragsproblemen van werknemers met een beperking. Zet het nieuwe werken in. Werkgevers bieden flexibele werkplekken aan coaches. De coach kost niets; heeft een gratis werkplek. Op het moment dat er een probleem is met een werknemer is de coach beschikbaar voor advies. Daadwerkelijke adviestijd wordt in rekening gebracht; het probleem wordt snel opgelost.

We hebben vaker een nieuwe Wet gekregen om mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te activeren of te re-integreren. Waar ik benieuwd naar ben of er ooit onderzocht is wat de invoeringskosten zijn en wat uiteindelijk het resultaat is. Of is het net als met aanbestedingen: politci die zich rijk rekenen met lagere inkoopprijzen voor diensten maar vergeten te rekenen met de uitvoeringskosten die gemoeid zijn met die aanbesteding.