Investeren in scholing van ouderen is wijs.

Investeren in de ‘oudere’ werknemer loont. Scholing van oudere werknemers heeft vaak een hoger rendement dan investeren in scholing van jonge werknemers.

In discussies over de arbeidsmarktpositie van 45-plussers wordt vaak als minpunt genoemd dat deze groep te weinig bereid zou zijn om zich te blijven ontwikkelen.
Ja, er zijn oudere werknemers die ‘het zo wel goed vinden’. Maar er zijn ook jongeren die niet erg open staan voor nieuwe ontwikkelingen. Zij kiezen liever voor het gemak dan voor persoonlijke ontwikkeling en verdere groei als professional.
Ik ken heel wat ouderen die plezier ontlenen aan verder ontwikkeling. In trainingen voor werkzoekenden gaf ik vaak mijn schoonmoeder als voorbeeld. Zij maakte zich eind vorige eeuw (toen 76 jaar) met veel plezier de nieuwe mogelijkheden op de computer eigen en leerde werken met internet en e-mailen met de kleinkinderen. Ook de grijze generatie stort zich nu met enthousiasme op de mogelijkheden van social media.

Is het niet zo dat ouderen op het werk vaak de kans niet meer krijgen om zich te ontwikkelen? De meeste scholings- en trainingsuitgaven worden besteed aan werknemers tot ongeveer 40 – 45 jaar.
Investeren in de oudere werknemer loont. Scholing van oudere werknemers heeft vaak een hoger rendement dan investeren in scholing van jonge werknemers. De kans dat een 25-jarige medewerker op korte termijn overstapt, is immers groter dan dat een medewerker van 50 jaar dit zal doen.
En – niet minder belangrijk – de loyaliteit van een medewerker in wie wordt geïnvesteerd, wordt versterkt. Dit komt zowel het plezier in het werk van het individu ten goede als de organisatie.

Kortom: investeer in grijs – ook het brein is grijs 😉