Arbeidsmarktontwikkelingen

Juli 2011

De verwachting dat de uittrede van de babyboomgeneratie leidt tot tekorten op de arbeidsmarkt berust op een vergissing. In deze algemeen gedeelde verwachting wordt onvoldoende rekening gehouden met de stijgende arbeidsparticipatie. De arbeidsparticipatie geeft het percentage mensen aan dat werkt (bijv. binnen een leeftijdscohort).
Voor mannen is de stijging van de arbeidsparticipatie goed zichtbaar vanaf 50 jaar. In 17 jaar tijd (de keuze van de jaren heeft te maken met de beschikbare gegevens via cbs.nl/statline) is de arbeidsparticipatie van mannen ouder dan 50 jaar fors gestegen. De arbeidsparticipatie in de groep van 60-65 jaar is zelfs meer dan verdubbeld van 19.8 naar 41.4%.
Als de arbeidsparticipatie gelijk zou zijn gebleven dan werkten er in de leeftijdscategorie ouder dan 50 jaar bijna 300.000 mannen minder dan nu het geval is.
Daarbij vergeleken valt de verwachting dat er 8500 minder mensen gaan werken als gevolg van de stijgende bijdragen voor kinderopvang in het niet.

Voor vrouwen is de stijging van de arbeidsparticipatie echt spectaculair:

Er werken in 2009 1,2 miljoen meer vrouwen dan het geval zou zijn als de arbeidsparticipatie was blijven steken op het niveau van 1992 en 565.000 meer dan op basis van de arbeidsparticipatie van 2001.
De verwachting lijkt reëel dat de toenemende arbeidsparticipatie de komende tien jaar in ieder geval ruimschoots het vertrek van de babyboomgeneratie kan opvangen. Leeftijdsgroepen met een lage arbeidsparticipatie worden immers vervangen door leeftijdsgroepen met een hoge arbeidsparticipatie.

Het beeld tot 2020

Tien jaar vooruitkijken is gezien het tempo waarin de wereld van werk verandert al heel wat.
Tot 2015 zullen jongeren die nu 20-25 jaar zijn de werkenden vervangen die nu 60-65 jaar zijn. En in de periode van 2015 tot 2020 vervangt de groep die nu 15-20 jaar is de huidige werkenden van 55-60 jaar. De vervanging is natuurlijk niet zo dat de jongere direct de functie van de oudere overneemt maar de generaties schuiven door.
We kunnen ervan uitgaan dat de arbeidsparticipatie van de instromende generatie zal stijgen naar het niveau van de huidige 25-50 jarigen (=83,1% totaal, 90,8% voor mannen en 75,3% voor vrouwen, CBS).
Daarnaast zal in de groep 60-65 jaar rekening gehouden moeten worden met uitval als gevolg van overlijden en arbeidsongeschiktheid. Ik kan hierover geen gegevens vinden en ga uit van een schatting van 10%.
Het verschil tussen vertrek en intrede tot 2015 op basis van deze uitgangspunten levert een positief saldo van 450.000. Voor de periode van 2015-2020 is er nog steeds een positief saldo van 48.500.
Totaal is de groei de komende jaren afgerond een half miljoen.

Conclusie: Als doorwerken tot 65 jaar de norm wordt, dan is er de komende jaren geen tekort aan menskracht maar aan banen.
Let wel dit zegt alleen iets over kwantiteit en niets over overschot of tekort op bepaalde arbeidsmarktsegmenten. Het lijkt bijvoorbeeld reëel te verwachten dat er een tekort ontstaat in de zorg als gevolg van de vergrijzing.

Banengroei
Ondanks de groeiende economie komt de banengroei nog niet echt op gang. Volgens de maandelijkse personenenquête over de arbeidsmarkt van het CBS blijkt dat er in april volgens seizoensgecorrigeerde cijfers 48.000 mensen minder werken dan in december. In juni geeft het CBS voor het eerste kwartaal van 2011 een groei aan van 34 duizend banen ten opzichte van het eerste kwartaal van 2010. Ten opzichte van het vierde kwartaal 2010 echter daalde, na seizoenscorrectie, het aantal banen met 7 duizend. Het beeld lijkt ten opzichte van april gunstiger maar tegelijk wordt bekend gemaakt dat de voor seizoeninvloeden gecorrigeerde werkloosheid in mei met 8 duizend personen is gestegen.
Voorlopig lijkt de verwachting reëel dat de toenemende arbeidsparticipatie de komende jaren het vertrek van de babyboomgeneratie ruimschoots kan opvangen.
[social_share/]